- Tips 'n Tricks -
Inventor Richtlijnen
Auteur: Jürgen Galba & Stefaan Boel

Om een CAD toepassing beter te laten werken, om meerdere gebruikers nauwer op elkaar af te stemmen, om betere kwaliteit af te leveren of om hogere efficiëntie te bekomen is het niet onverstandig een aantal richtlijnen op te leggen.
Kleinere tekenkamers met maar 1 of 2 gebruikers zullen het moeten hebben van een ijzeren zelfdiscipline :-)
t'Is misschien ook goed om iets te kunnen meegeven aan die Inventor Sjonnie's of CAD cowboys op te wijzen waarmee men wel eens moet mee samenwerken...
Schetsen
-
Start een nieuwe schets steeds vanuit het originpunt
-
Schets elementaire vormen (zonder afrondingen en afschuiningen)
-
Hulplijnen steeds als "construction line" plaatsen
-
Cilindrische vormen schetsen als halve doorsnede met een "centerline" functie
- "Revolve-feature" zal Rotate Axis automatisch detecteren
- zo worden de diameterbematingen erkend (en niet de straal) die later kunnen opgehaald in de tekening (Retrieve Dimensions)
-
Vermijd geschetste objecten die boven elkaar liggen, objecten "splitten" of "trimmen" is beter
-
Een schets bematen van buiten naar binnen om vervormingen van de schets tegen te gaan. Grootste maten eerst plaatsen, dan de kleinere
-
Om nieuwe schetsen te bouwen op bestaande geometrie gebruikt men best de "Project Geometrie" functie. Doe dit manueel (instelling "Autoproject edges for sketch creation and edit" uitstellen), en gebruik enkel maar de projectie die men daadwerkelijk nodig zal hebben. Dit houdt de schets luchtig en overzichtelijk.
-
Laat objecten van een schets nooit vrij, zorg altijd voor een "Fully Constrained" met constrains, bematingen of een grounding
-
Bij meerdere zichbare schetsen, plaats de "Dimension Visibility" uit (vanaf Inventor 2008)
Bij hergebruik (Share Sketch) van één of meerdere schetsen, hernoem de schets naar een logische naam
-
Voor heel complexe schetsen (skeleton, loft,...) maak objectproperties (kleuren, lijndikte, lijntype) in de schets
-
Afrondingen opbouwen als part-feature
-
Afschuiningen opbouwen als part-feature
-
Patterns opbouwen als part-feature
Part Modeling
-
Modeleer in basisvormen - zonder details. Plaats de belangrijkste volumes eerst, verfijn (afrondingen, afschuiningen, boringen, uitsparingen voor gewichtreductie, ) als laatse
-
Bouw eerst een buitenste basisvorm van het onderdeel - plaats vervolgens de inwendige basiselementen
-
Neig ernaar om ronde vormen als een "Revolve" op te lossen ipv met een "Extrude" [leesbaarheid featureboom]
-
Gebruik voor boringen en holle cilindrische kamers steeds het "Hole-feature" [leesbaarheid featureboom en hole notes in drawings]
-
Maak in een voorontwerp gebruik van een (vereenvoudigd) multibodypart (vanaf Inventor2010) en geef de verschillende bodies reeds een logische naam (later bestandsnaam voor deel parts)
-
Probeer zo weinig mogelijk "workfeatures" te gebruiken. Door even na te denken over opbouwmethode kan men heel vaak de meeste workfeatures vermijden.
-
Maak gebruikte werkpunten, werkassen en werkvlakken onzichtbaar (RMK + V) wanneer het onderdeel afgewerkt is. Dit verbeterd de zichtbaarheid in samenstellingen, en men hoeft geen DesignViews in te stellen wanneer Workfeatures vanuit de assy uitgezet worden.
-
Indien nodig, stel het goede "Front-view" in met de Cube (vanaf Inventor 2009) [ParentView voor tekening] en herdefinieer het Home view / Isometric view
-
Maak gebruik van de Optimized functie waar mogelijk bij gebruik van grote patterns
-
Is uw eerste feature een extrude, voer deze dan in beide richtingen uit. Op die manier zit er al één basisvlak in het midden.
-
Geef zoveel mogelijk features een kenmerkende naam zoals: fixatie front panel, fixatie baffel, ...
-
Link zoveel mogelijk parameters aan elkaar waar het enigszinds interesant kan zijn om later snel een wijziging te kunnen aanbrengen
Assembly Modeling
-
Los altijd alle "rode kruisen" waarvan een samenstelling notie geeft
-
Let erop dat de samenstelling steeds fully updated is (bliksem)
-
Breng een hoofdcomponent als eerste in een samenstelling, hierop zullen alle andere componten geplaatst worden. Een hoofdcomponent kan een ondergrond zijn, een dragend frame of lichaam, een vast lager waarin een hoofdas zal ronddraaien, een skeleton model....
-
Het eerste component die in een samenstelling wordt gebracht zal automatisch worden "geground". Los deze grounding nooit!! [wanneer er reeds een tekening van gemaakt is]
-
Bouw de samenstelling op met eenvoudige onderdelen, zonder toleranties, kleuren, materialen, tekeningen,...concentreer op eenvoudige - functionele vormen van de onderdelen, voeg deze alle samen in een assy en verzorg met afhankelijkheden, contraints, bewegingen, als de ruwe vorm van de assy staat, alle onderdelen onzichtbaar maken. Eén voor één terug aanzetten en uitdetaileren, vergeven van materiaal, toleranties, lassen, afrondingen,... maak tegelijk per afgewerkt onderdeel de stuktekening
-
Boutjes en moertjes van het "Content Center" als laatste invoegen in de de assy - deze zijn meestal niet functioneel in een voorontwerp, helpt de performantie gedurende lange tijd onder controle te houden, en worden uiteindelijk allemaal gebundeld onderaan de componentenboom, en in de stuklijst
-
Check via View/Degrees of Freedom (Shift + E) of al uw onderdelen voldoende geconstraint zijn
-
Spring verstandig om met adaptiviteit, gebruik het enkel maar functioneel. Plaats componenten adaptiviteit uit wanneer deze niet meer nodig is
-
Om een vrije constraint van een subassembly beschikbaar te maken in de hoofdassembly gebruikt men altijd Flexible (niet adaptive)
-
Hernoem de constraints met die men wil animeren, voeg de suffix "_DriveConstraint" toe zodat men de bewuste constraint later makkelijk in de feature zal terugvinden
-
Probeer ook alle onderdelen van het "contentcenter" volledig te constrainen. Na invoegen met de iMates zullen de boutjes en moertjes kunnen nog ronddraaien rond hun eigen as. Een kleine verdraaiing lokt een update van hoofdassemblies en drawings uit wat voor grote tekeningen heel wat performantie kan vorderen. Zeskantboutjes bijv zullen dan steeds netjes in aanzicht op de tekening staan, en nooit verdraaid.
-
Maak van een samenstelling met bewegende onderdelen steeds uitgangspositie met een "Positional Representation" en vervaardig de tekening met deze instelling. Animeren van de onderdelen in de "master postie" zal geen invloed hebben op de tekening. (Performantie)
-
Maak gebruik van de Level Of Detail: All Content Center Suppressed wanneer men een collision check op de samenstelling uitvoert
Drawing
-
Los altijd alle "rode kruisen" waarvan een tekening notie van geeft
-
Let erop dat de Tekening steeds fully updated is (bliksem)
-
Geef de voorkeur aan een Inventor Dwg boven een Inventor Idw
-
Wanneer men een grotere serie tekeningen zal maken, best de standaard tekening template kopieren en de titelhoek reeds gedeeltelijk invullen, zoals Projectomschrijving, Hoofdtitels, Engineered, Datums,... Start elke nieuwe tekening hierop, dit vereenvoudigd de administratie
-
Maak een tekening zo laat mogelijk in het designproces (+70% van model reeds afgewerkt).
-
Teken enkel maar binnen de kader van het bladformaat. Basisaanzichten (om andere van af te leiden) die niet relevant zijn, worden onzichtbaar buiten de tekeningkader geplaatst
-
Voor stuktekeningen kan het zinnig zijn om met de standaard "Sheet fomats" te werken waar reeds een aantal aanzichtoriëntaties bepaald werden
-
Probeer voor het hoofdaanzicht de "Front" view van het component te gebruiken
-
Details altijd koppelen aan een aanzicht (Attach Detail). De pin moet te zien zijn in de featureboom. Dit vermijdt het verspringen van detailposities tijdens modelveranderingen.
-
Constrainen van snijlijnen [om verspringen te verwijden bij modelaanpassingen]
-
Maak een custom filter aan waarin je enkel Balloons selecteert, dit is handig om erna de balloons horizontal of vertical uit te lijnen.
-
Maak enkele dimension styles aan voor toleranties die u regelmatig gebruikt, Ø, x45°, ... . Zo hoeft u enkel de dimensie stijl aan te passen en niet de bemating editeren.
-
Probeer zoveel mogelijk de as -en centerlijnen automatisch op te halen
-
Haal zoveel mogelijk dimensies over uit uw sketches/features [retrieve dimensions]
-
Maak gebruik van de hole dimension ipv een dimensie en het aantal gaten zelf toe te voegen.
-
Indien de tekening finaal afgewerkt is (=Released), overweegt de tekening dan in "DEFER UPDATE" te plaatsen. Dit vriest de toestand van de tekening (tijdelijk) in zodat ze niet meer wordt beïnvloed door modelaanpassingen
TOP
|